4 x 4 IJsland – 2014
Ongerepte natuur, de oerkrachten van de aarde en onstuimige weersomstandigheden: IJsland heeft het allemaal in zich. Een reis door dit mooie land waarbij vooral het uitgestrekte en eenzame binnenland indruk maakt. Mysterieus bubbelende en kokende waterpoelen in een koude en mistige omgeving vol grillige rotsen. We snappen wel dat de IJslanders in elfen en trollen geloven.
De reis begint rustig in Reykjavik. Nog één of twee dagen om te acclimatiseren, de stad te verkennen en het ritme van IJsland te voelen. De hoofdstad is compact en levendig, maar het contrast met wat komt is groot. Zodra de truck klaarstaat en je de stad uit rijdt, begint het avontuur.
Via Þingvellir, waar de aarde letterlijk openscheurt tussen de Noord-Amerikaanse en Euraziatische plaat, rijd je geleidelijk de natuur in. Het landschap opent zich en wordt ruiger. Met de eerste kilometers over de Kaldidalur-route voelt het alsof je voor het eerst echt het “andere IJsland” binnenkomt. Geen asfalt meer, maar gravel, gletsjers en leegte.
De eerste dagen tonen vooral contrast. Op Snæfellsnes rijd je langs kliffen, zwarte stranden en lavavelden met de oceaan altijd in zicht. De gletsjervulkaan Snæfellsjökull domineert het landschap. Onderweg stop je vanzelf: bij watervallen die uit het lava lijken te stromen, bij kleine warmwaterbronnen of voor een korte wandeling door mosbedekte lavavelden. Je merkt dat je tempo automatisch afneemt — niet omdat het moet, maar omdat de omgeving je dwingt te kijken.
Een van de eerste echte hoogtepunten volgt offshore: vanuit Ólafsvík stap je aan boord voor een walvisexcursie. De zee rondom Snæfellsnes en de baai van Breiðafjörður is rijk aan leven. Bultruggen duiken op, dolfijnen zwemmen langs de boot en met geluk zie je zelfs orka’s. Het is een totaal andere dimensie van IJsland — niet het ruige land, maar het leven eromheen.
Na de oversteek met de ferry naar de Westfjorden verandert de sfeer volledig. Het wordt stiller, ruiger en afgelegener. Bij Látrabjarg sta je op de rand van Europa. Onder je slaan de golven tegen de kliffen, boven je vliegen duizenden zeevogels, waaronder papegaaiduikers. Hier voel je voor het eerst hoe groot en leeg IJsland echt is.
De route draait daarna steeds meer richting het binnenland. Lange afstanden, weinig verkeer en dagen waarop het rijden zelf centraal staat. Dat is geen nadeel, maar juist onderdeel van de reis.
Dan volgt het echte hoogtepunt: de highlands.
Via de F35 rij je tussen de gletsjers door. Urenlang niets anders dan zwart zand, lavavelden en verre bergketens. Geen dorpen, geen bebouwing, alleen ruimte. In Hveravellir verandert dat plotseling: stoom, warm water en een natuurlijke hot spring midden in de leegte. Het contrast maakt indruk.
Kerlingarfjöll brengt opnieuw een totaal ander beeld. Waar de rest van het binnenland vooral zwart en grijs is, zie je hier kleur. Rode, gele en oranje bergen, doorsneden door stoomvelden en warmwaterbeekjes. Een wandeling door Hveradalir voelt alsof je door een levend landschap loopt.
Na een korte terugkeer naar de bewoonde wereld bij Gullfoss en Geysir volgt misschien wel het meest pure traject van de reis: de F26, Sprengisandur. Dit is geen route voor highlights, maar voor beleving. Urenlang rijden door leegte. Geen herkenningspunten, geen afleiding. Alleen jij, de truck en het landschap.
In het noorden komt het landschap weer tot leven. Watervallen zoals Aldeyjarfoss en Dettifoss tonen de kracht van water. Rond Myvatn verandert het in een vulkanisch speelveld: kraters, kokende modderpoelen, lavaformaties en geothermische baden. Hier komt alles samen: vuur, water en aarde.
Maar het hoogtepunt van de expeditie ligt nog verder.
De route naar Askja voert door het grootste lavaveld van Europa. Hier is werkelijk niets meer. Geen begroeiing, geen beschutting, alleen zwarte vlaktes en eindeloze zandwoestijn. De rit voelt als een echte expeditie. Wanneer de caldera uiteindelijk verschijnt, verandert alles weer. Stilte, water en een landschap dat bijna onwerkelijk is. Zwemmen in de warme krater Víti, naast het diepe meer Öskjuvatn, is voor velen een moment dat bij blijft.
De reis vervolgt door een landschap dat blijft verrassen. Groene oases zoals Hvannalindir liggen verborgen tussen lava en zand. Warme bronnen duiken op op de meest onverwachte plekken. Grote canyons en verlaten valleien laten zien wat water en tijd hier hebben uitgesleten.
Langzaam keer je terug richting de kust. Gletsjers schuiven richting zee en lagunes zoals Jökulsárlón liggen vol drijvende ijsbergen. Op het zwarte strand daarachter vormen ze een bijna surrealistisch beeld. Hier zie je letterlijk hoe ijs en vuur samenkomen.
Een laatste uitdagende dag via de F210 vraagt opnieuw concentratie. Rivierroutes, smalle tracks en wisselende omstandigheden maken dat je tot het einde scherp blijft. Daarna keert het asfalt terug en volgt een zachtere afsluiting van de reis. Watervallen zoals Seljalandsfoss, de ruige kust van Reykjanes en uiteindelijk ontspanning in de Blue Lagoon vormen een rustige overgang terug naar de bewoonde wereld. De cirkel is rond. Maar wat blijft, zijn niet alleen de grote highlights. Het zijn juist de momenten ertussen. Een eindeloze hooglandweg zonder tegenligger. Een kampplaats met uitzicht op een gletsjer. Een rivierdoorsteek die spannender blijkt dan verwacht. Of een avond waarop de stilte zo compleet is dat het bijna tastbaar wordt. IJsland is geen bestemming die je “afwerkt”. Het is een reis die je ondergaat — kilometer voor kilometer.

















































































Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!